Wat je nodig hebt
- De rol Admin of Member.
- Minstens één koppeling met gegevens en een API-sleutel. Maak voor Fabric een eigen sleutel met een duidelijke naam, dan kun je hem intrekken zonder andere tools te raken.
- Een Microsoft Fabric-workspace waarin je een Dataflow Gen2 mag maken.
Er is geen aparte Fabric-connector. Je gebruikt hetzelfde Power Query M-script als voor Power BI.
Het script kopiëren
- Open Analyseren > API en kies Code genereren.
- Kies de Koppeling en de Tabel. Voeg eventueel Filters toe en kies bij Ophalen voor Alles of Alleen wijzigingen, met een datum bij Gewijzigd vanaf.
- Open het tabblad Power BI en kopieer de code met Kopiëren. Plak daarin je eigen API-sleutel.
Het script in Fabric gebruiken
- Open je workspace in Fabric en kies +New item en dan Dataflow Gen2.
- Kies in de editor Get data en dan Blank query.
- Open op het tabblad Home de Advanced editor en plak het M-script.
- Kies bij de verbinding de authenticatie Anoniem (Anonymous). De sleutel staat al in het script, als header bij de aanvraag, dus Fabric hoeft geen eigen inloggegevens mee te sturen. Voor de Web-verbinding noemt Microsoft Anonymous als een van de ondersteunde authenticatiemethoden in Power Query Online.
- Kies in het paneel Query settings onderaan Choose data destination en stel een lakehouse of warehouse in. Je kiest of nieuwe rijen worden toegevoegd (Append) of de tabel wordt vervangen (Replace). Een warehouse werkt volgens Microsoft alleen binnen dezelfde workspace als de dataflow, vraagt dat staging aanstaat voor de query en ondersteunt alleen een vast schema (Fixed schema).
- Kies Publish. Wacht tot het draaiende pictogram naast de naam van de dataflow verdwijnt.
Verversen
- Op schema: kies in je workspace het pictogram Schedule Refresh, zet de geplande verversing aan en kies de tijden. Microsoft noemt maximaal 48 verversingen per dag per dataflow.
- Via een pijplijn: een pijplijn met een Dataflow-activiteit kan de dataflow ook laten draaien.
- Handmatig: kies het pictogram Refresh bij de dataflow in je workspace.
Met Alleen wijzigingen in de codegenerator haalt elke verversing alleen de rijen sinds de gekozen datum op. De dataflow onthoudt zelf geen stand tussen verversingen, dus die datum zet je zelf in het script. Niet elke tabel kan incrementeel binnenkomen: bij zulke tabellen haal je altijd alles op, dus kies je daar Replace, want bij Append komen dezelfde rijen elke ronde opnieuw binnen. Per tabel staat in de API-referentie of incrementeel ophalen kan. Ook zodra je filters gebruikt, haal je alles op.
Let op:
- De sleutel staat in het script en dus in de dataflow. Geef die alleen aan mensen die er ook bij mogen.
- Is een administratie nog niet helemaal ingeladen, dan kan de data onvolledig zijn.
- Per dataflow kun je volgens Microsoft maximaal 50 queries hebben die gestaged zijn of een bestemming hebben. Heb je meer tabellen nodig, verdeel ze dan over meer dataflows.
- Een gateway: de documentatie van Microsoft zegt dat de Web API-connector er geen nodig heeft. Of dat ook geldt voor een lege query met dit script, staat daar niet. Controleer het in je eigen omgeving.
Limieten en fouten
Limieten per pakket en de foutcodes staan in de API-documentatie: Gebruikslimieten en Foutafhandeling.
Onze tip: laad per tabel één dataflow-query en begin met een kleine tabel. Zo zie je snel of de sleutel en de bestemming goed staan voordat je grotere tabellen ophaalt.
Bronnen van de Fabric-stappen: de documentatie van Microsoft Learn over de Web-verbinding, het maken van een Dataflow Gen2, de bestemmingen van een Dataflow Gen2 (inclusief de beperkingen van Fabric Warehouse) en het verversen van een Dataflow Gen2, gecontroleerd op 2026-10-21. Meer over de codegenerator staat in Gegevens ophalen met de API en Power BI.
Was dit artikel behulpzaam?